Michiel Eijkhout
De AI heeft de bestaande openingspatronen flink door elkaar geschud. Veel gangbare joseki’s (hoekpatronen) konden zonder omhaal naar de schroothoop, zoals het o-nadare (grote lawine) joseki. Profs zijn er tientallen jaren mee bezig geweest en hebben de meest complexe varianten uitgeprobeerd, maar de AI zegt: gewoon niet doen.
De andere kant van de medaille is dat sommige zetten een herwaardering krijgen. Ze waren een tijd populair, maar zijn later uit de gratie geraakt. In diagram 1 en 2 zijn een paar simpele voorbeelden te zien. Zwart 1 en Wit 2 zijn normale zetten, maar Zwart 3 in deze diagrammen is eigenlijk ouderwets. Zwart 3 was onderdeel van het klassieke go: tot rond 1960 kwamen deze zetten veel voor, maar ze verdwenen met de opkomst van komi, waarmee zwart gecompenseerd wordt voor het voordeel van de eerste zet. En nu zegt de AI: dit zijn eersteklas zetten, komi of niet.

Diagram 1 Diagram 2
De klassieke opening van Honinbo Shusaku (1829-1862) staat in diagram 3. Zwart 7 was zijn favoriete zet, een strategie die hij tijdens zijn leven perfectioneerde. Voor hem was de kosumi Zwart 7 de ideale manier om het voordeel van de eerste zet te behouden. Het is een solide zet die wit geen gemakkelijk vervolg geeft. Daarentegen heeft Zwart allerlei goede mogelijkheden. In diagram 4 zijn zetten op A, B of C aantrekkelijke opties voor zwart. Doorgaans speelt wit ergens in de buurt van A, maar dat geeft Zwart de gelegenheid de steen aan de bovenrand aan te vallen.

Diagram 3 Diagram 4
Shusaku was vrijwel onverslaanbaar met zwart; hij schatte het voordeel van de eerste zet op vijf punten en stemde zijn spel af op het vasthouden van die voorsprong. Aan wit was de taak om complicaties te creëren, iets wat Zwart 7 in diagram 3 verhindert. Van Shusaku is de befaamde uitspraak dat zo lang go op een 19 bij 19 bord gespeeld wordt, de kosumi een goede zet zal zijn.
Helaas voor Shusaku, toekomstige generaties dachten er anders over. Toen de komi uitgevonden en geaccepteerd was, bleken veel profs de kosumi te langzaam te vinden. Zwart heeft geen voordeel van de eerste zet meer en moet het daarom agressiever aanpakken, zo was de gedachte. Een inklemming zoals Zwart 3 in diagram 5 is een veel betere strategie. In de afgelopen vijftig jaar is een hele reeks inklemmingen aan bod gekomen, in feite de zetten op A tot en met F in diagram 6. Ze hebben allemaal hun voor- en nadelen. Inklemmen was tot voor kort de meest gehanteerde strategie.

Diagram 5 Diagram 6
De AI is het hier niet mee eens. Volgens de kunstmatige intelligentie is de kosumi van Shusaku een voortreffelijke zet. Daar doet de komi niets aan af. Over het algemeen prefereert de AI zwarte zetten als in diagram 1 en 2 boven een inklemming. Het gaat om een minimaal verschil, maar in de zoektocht naar het perfecte spel is het duidelijk: inklemmen doe je alleen als er een goede reden voor is. Voor een menselijke go-speler zijn deze subtiele verschillen misschien niet erg belangrijk, zeker voor amateurs. Toch klinkt uit het graf van Shusaku een zacht hoongelach op.
De neiging van de AI om het in de opening simpel te houden is helemaal goed te zien in de variant in diagram 7. Zo spelen zou vroeger ondenkbaar geweest zijn. De uitwisseling van Zwart 3 voor Wit 4 werd als nadelig voor zwart beschouwd en was ten strengste verboden, maar de AI zegt dat het helemaal in orde is. Toch vind ik als mens dat het er fantasieloos uitziet. Het is of Zwart zegt: laten we het bord maar zo snel mogelijk verdelen en meteen aan het eindspel beginnen.

Diagram 7
Tot slot een voorbeeld van een moderne opening. Deze partij werd eind november 2020 gespeeld voor de Nong Shim Cup, een landentoernooi waarin de sterkste spelers uit Japan, China en Korea elkaar ontmoeten. Het is een knock-out toernooi, waarin je een volgende ronde mag spelen zolang je wint. De witspeler is de Koreaan Shin Jinseo, die ten tijde van deze partij beschouwd werd als de sterkste go-speler ter wereld. In dit toernooi bewees hij dit door op rij vijf van de sterkste Chinese en Japanse spelers te verslaan. Zijn opponent in deze partij is de Chinees Tang Weixing.
Het is een mooi voorbeeld hoe de AI de opening van een partij beïnvloed heeft. Er zijn twee grote shimari’s met Zwart 5 en Wit 14, een formatie die vroeger als nogal excentriek gezien werd. Er is een directe 3-3 invasie met Zwart 9. En er is het klassieke antwoord op Wit 6, de keima met Zwart 7. Wit 8 is dan weer een moderne, hoge uitbreiding. Volgens de AI is dit een perfecte opening. Zwart 7 en Wit 8 zijn de beste zetten. Dat geeft waarschijnlijk niet zozeer aan hoe sterk deze spelers zijn, als wel hoe goed ze op hoogte zijn van de AI-stijl.

Figuur 1: 1-15 Figuur 2: 16-21
Wit 16 in figuur 2 markeert het begin van het middenspel. In plaats van een zet aan de linker- of rechterrand gaat wit direct de zwarte stelling aan de tand voelen. Ook hier is de AI het helemaal mee eens. Het is lastig voor Zwart om een goed antwoord op Wit 16 te verzinnen. Verdedigen op 18 voelt erg passief aan.
In de partij kiest Zwart voor ervoor naar 17 uit te breiden, maar dat geeft Wit de gelegenheid met 18 naar de rand te springen. Ik zou me daar als zwartspeler erg ongemakkelijk bij voelen, want de zwarte groepen zijn nu gescheiden en gebied aan de onderrand zit er niet meer in. Toch geeft de AI aan dat er met deze speelwijze niet veel mis is. Zwart loopt weg met 19, Wit zoekt een basis met 20 en vervolgens verlegt Zwart met 21 het strijdtoneel. De partij is nog in evenwicht.
Antwoorden op Wit 16 in de partij met Zwart 1 in diagram 8 voelt slap. De zwarte onderrand oogt klein, terwijl Wit allerlei leuke vervolgzetten heeft, zoals A, B en C. Wit A en C zijn grote zetten, Wit B is een poging deze steen met zijn groep aan de rechterrand te verbinden. Zwart 1 is volgens de AI niet ideaal, maar toch bepaald geen slechte zet.

Diagram 8 Diagram 9
Volgens de AI was Zwart 1 in diagram 9 het beste antwoord. Zwart leunt eerst op de witte groep rechts, voordat hij met 9 antwoordt aan de onderrand. Wit laat zijn steen voorlopig aan zijn lot over terwijl hij zijn positie rechts versterkt. Na Zwart 13 kan wit met een zet op A de onderrand reduceren. Het resultaat is een heel andere partij. In deze variant bouwen beide spelers rustig hun stellingen op, terwijl in de partij het bord bezaaid ligt met losse groepen die geen duidelijk gebied claimen.