Een leuke herinnering aan meneer Frits

Een leuke herinnering aan meneer Frits

Arnoud de Graaff

Zo af en toe rijd ik met Erik mee naar een toernooi in de buurt. Deze keer gingen we naar ’s Hertogenbosch en om preciezer te zijn naar de volkstuinen van pastoor Barten, een tuinencomplex dat om en nabij een eeuw geleden zal zijn opgericht, schat ik. Tussen de partijen door kun je daar heerlijk wandelen in het groen. 

Twee uit vijf, maar wel allemaal tegen duidelijk hoger gerankte spelers (met handicap stenen dat dan weer wel). Ik ben dus wel tevreden; zeker om die eerste dan, die ik wat minder vrolijk heb gemaakt. Om dan maar niet te spreken van de communicatie bobo van onze bond, die mij als een angstgegner begint te zien. Prima.

Ik houd van de informele sfeer van dit toernooi. Brabantse hartelijkheid. Het is er niet zo serieus als bij andere toernooien. Er is tijd voor serieuze en minder serieuze gesprekken. Het is relaxt. Het is duidelijk dat go hier eigenlijk een bijzaak is; een belangrijke bijzaak weliswaar, maar niettemin een bijzaak. Er is meer in ons bestaan dan alleen maar go. Je ziet hier geen spelers met kingsize oogkleppen op.

Voor de laatste ronde kwam er een aantal go-artikelen uit de nalatenschap van Frits op ten Berg ter tafel. Wie interesse had mocht wat uitzoeken. En zo kwam ik in het bezit van Scott A. Boorman’s The protracted game, met de enigszins onheilspellende toevoeging A wei-chi interpretation of maoist revolutionary strategy. Wat mij aantrok in dit boek was het geringe aantal go-diagrammen en vooral veel tekst.

Pas toen ik thuis kwam ontdekte ik dat er enveloppe met inhoud als bladwijzer verstopt zat tussen pagina 24 en 25. Het was een brief van Frits met een bijzonder aanbod waar helaas waarschijnlijk nooit van gebruik is gemaakt.

Ik was het allang weer vergeten, maar zeker 25 jaar geleden vroeg een go-maat mij of ik in zin had om bij meneer Frits een partij go te gaan spelen.

Meneer Frits. En zo is het maar net.